Stationsgebied

Locatie

Harlingen

Opdrachtgever

Gemeente Harlingen

Datum realisatie

mei 2019

In samenwerking met

BètHa architecten

Nico Kloppenborg

Geen ander soort openbare gebied is in de laatste jaren zo veranderd als een stationsgebied. Waar vroeger een stationsgebouw voor diende, als wachtenruimte tot het kopen van een kaartje, gebeurt dat nu allemaal buiten. Dit heeft ervoor gezorgd dat stationsgebouwen niet meer nodig zijn en heeft er toe geleidt dat veel van deze gebouwen zijn gesloopt of een nieuwe bestemming hebben gekregen.

Op het traject Leeuwarden-Harlingen zijn daarom bijna alle stationsgebouwen verdwenen. Behalve het uit 1864 gedateerde stationsgebouw van Harlingen.  Het door architect K.H. van Brederode ontworpen gebouw heeft een centrale situering in de stad en is uitvoerig omschreven in de Literatuur. Hoewel het stationsgebouw er nog staat, is er van de stationsomgeving niks meer over. De buitenruimte is in de loop van de jaren vies, versteend, onoverzichtelijk en onveilig geworden.

Door het toekennen van een provinciale subsidie voor vrij liggende fietspaden, zag de gemeente Harlingen kans om de stationsomgeving eens grondig aan te pakken.  Met veel enthousiasme is er gestart, maar al snel liep de gemeente vast op vervuilde grond en eigendomsrechten. Ze kwamen er zelf niet meer goed uit en vragen daarom om deskundigheid voor het maken van een integraal ontwerp van het station, de omgeving en de aansluiting met het aangrenzende Harmenspark. Voor inrichting van het park had de gemeente al een tuinarchitect in de hand genomen.

Begonnen is met het in kaart brengen van de verschillende partijen en al hun wensen. Door vervolgens letterlijk te werken vanuit de oude stationsrestauratie werden naast de wensen ook de problemen inzichtelijker. Problemen die veel met verkeersveiligheid, verrommeling en hangjongeren te maken hadden. Door afspraken te maken met de gemeente over het beheer en de handhaving van de stationsomgeving, kwam ook de communicatie tussen de verschillende partijen op gang.

Daarna is er vooral getracht de samenhang in de stationsomgeving te herstellen. Allereerst de samenhang in de buitenruimte ten opzichte van het stationsgebouw. Door het plein zo te ontwerpen dat het gebouw weer centraal op het plein is komen staan. Dit is bereikt door functies te verplaatsen, zoals het parkeren, en functies te splitsen zoals de bushaltes. Maar ook samenhang ten opzichte van het plein met het 19de -eeuwse park door het plaatsen van kralenketting van grote met zitelementen omrande bloem/boombakken en het toevoegen van hagen en twee lange muurtjes.

De twee 40 cm hoge, uit dezelfde kleur als de straatsteen gemetselde muurtjes, eindigen in een speciaal voor Harlingen ontworpen abri. Ze zijn er in de eerste plaats voor om het wachten op de bus wat aangenamer te maken, maar ze zorgen er ook voor dat reizigers niet in het water vallen of pardoes het fietspad op lopen. Deze uit de muurtjes voortvloeiende abri’s fungeren niet alleen als overdekte wachtruimte, maar ook als toegangspoorten naar het Harmenspark en het treinstation. Hiermee geven ze de stationsomgeving een duidelijk begin en einde waardoor het gebied overzichtelijker wordt ervaren.

Ook de nieuwe centrale oversteek zorgt voor meer overzicht en versterkt de routing. Om aan te geven dat dit de hoofdroute is, is het zebrapad in deze oversteek ontworpen als een soort loper. Om de loper meer te benadrukken zijn er de letters H A R L I N G E N om heen “gestrooid”. Hierdoor kan ook de naam L A H R I N G E N gelezen worden. Lahringen is namelijk de anagram die schrijver Simon Vestdijk gebruikte in zijn eerste boeken. Het stationsgebouw had in deze boeken een prominente rol.  Ook bevindt zich achter het station het Simon Vestdijk college. De vele scholieren van het college maken daarom ook dagelijks gebruik deze centrale oversteek.  Hiermee is getracht de stationsomgeving van Harlingen onlosmakelijk te verbinden in tijd en ruimte.